Chat met ons

Verordening commissie ruimtelijke kwaliteit

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad op d.d. van 13 maart 2018 heeft vastgesteld:

Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

Artikel 2

1. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit, hierna te noemen de commissie, heeft tot taak burgemeester en wethouders dan wel de raad op verzoek of uit eigen beweging te adviseren:

  • Over de ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de bescherming van het onroerend cultureel erfgoed;
  • Welstand op grond van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening;
  • over de uitvoering van de eisen van welstand als bedoeld in artikel 12 van de Woningwet 1991) en de Bouwverordening (1992);
  • over de uitvoering van de welstandsbepalingen van de Welstandsnota en over het welstandsbeleid, alsmede andere zaken waarbij het uiterlijk aanzien van de stad in het geding is of kan zijn;
  • over de uitvoering van het beleid inzake de openbare ruimte.

2. Daarnaast adviseert de commissie schriftelijk aan burgemeester en wethouders over uitgangspunten die ten grondslag liggen aan bestemmingsplannen, belangrijke uitwerkingsplannen en ruimtelijke ontwikkelingen van de bebouwde en de niet bebouwde omgeving waaronder ook de openbare ruimte.

3. De commissie is een deskundig college als bedoeld in artikel 48 van de Woningwet (1991) en een commissie als bedoeld in artikel 15 van de Monumentenwet 1988.

Artikel 3

  1. De commissie bestaat uit een lid-voorzitter, tenminste vijf en ten hoogste zeven vakdeskundige leden en één burgerlid.
  2. De vakdeskundige leden moeten specifiek deskundig zijn op een of meer van de navolgende gebieden: architectuur, stedenbouw, woonkwaliteit, architectuurgeschiedenis/cultuurhistorie, bouwhistorie, archeologie, openbare ruimte, restauratie, landschap en beeldende kunst. Van de leden wordt verwacht dat zij naast hun specifieke deskundigheid, vaardig zijn om een bijdrage te leveren aan een samenhangende afweging bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit. Van alle leden wordt verwacht dat men Eindhoven kent.
  3. Het college van burgemeester en wethouders stellen een profiel op voor alle leden.
  4. De leden worden door de gemeenteraad benoemd en ontslagen.
  5. De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.
  6. De leden worden benoemd voor een periode van driejaar.
  7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen.
  8. Aftredende leden zijn onmiddellijk, doch voor maximaal één periode herbenoembaar.
  9. Leden die gedurende twee achtereenvolgende periodes (geheel of gedeeltelijk) zitting hebben gehad, kunnen voor een periode van twee jaar niet voor benoeming in aanmerking komen.
  10. Leden van de gemeenteraad en medewerkers in dienst van de gemeente Eindhoven kunnen niet tot lid van de commissie worden benoemd.
  11. Wanneer een lid naar het oordeel van de commissie zijn of haar taak niet behoorlijk vervult, dan kunnen burgemeester en wethouders deze persoon ontslaan als lid van de commissie.

Artikel 4

  1. Burgemeester en wethouders zorgen voor voldoende ambtelijke ondersteuning van de commissie.
  2. Degenen die deel uitmaken van de ambtelijke ondersteuning zijn geen lid van de commissie.
  3. Indien de commissie dat wenst kan zij ook ambtelijke adviseurs en niet-ambtelijke deskundigen raadplegen.

Artikel 5

  1. Aan de beraadslaging over en aan het uitbrengen van een advies mogen de commissieleden niet deelnemen indien zij in enige hoedanigheid direct of indirect persoonlijk en/of zakelijk bij het ontwerp zijn betrokken.
  2. Een commissielid mag geen opdracht aanvaarden tot het aanpassen, verbeteren of anderszins wijzigen van een plan of tot het maken van een nieuw plan behorende bij een in de commissie behandelde of in behandeling zijnde ontwerp.

Artikel 6

  1. De commissie vergadert indien dit naar het oordeel van de voorzitter, in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of dit door ten minste drie leden onder opgaaf van redenen wordt verzocht
  2. De oproeping voor de vergadering geschiedt door of namens de voorzitter, uit­gezonderd spoedeisende gevallen, zodanig dat de leden ten minste drie maal vierentwintig uur voor het tijdstip van aanvang daarvan kennis hebben kunnen nemen.
  3. De commissie is bevoegd zaken van minder gewicht, van spoedeisende aard of beperkt tot één vakdeskundigheid of één gebied, aan één of meer van haar leden te mandateren.
  4. De commissie is bevoegd zaken waarvan het standpunt van de commissie bekend is, te mandateren aan de secretaris.
  5. De advisering over lichte bouwvergunningen en plannen die voldoen aan de gebiedsgerichte en objectgerichte criteria, is gemandateerd aan de secretaris. Bij twijfel wordt de zaak alsnog aan de commissie ter advisering voorgelegd.

Artikel 7

  1. De commissie vergadert en besluit in het openbaar.
  2. De commissie kan in beslotenheid, al dan niet met ontwerper en/of opdrachtgever, over plannen spreken in gevallen genoemd in artikel 10, eerste lid Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.
  3. De data van de openbare vergadering van de commissie ruimtelijke kwaliteit worden tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. De agenda wordt twee dagen voorafgaand aan de vergadering bekendgemaakt op de internetsite van de gemeente Eindhoven. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager of initiatiefnemer - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
  4. Indien de aanvrager of initiatiefnemer hierom bij het indienen van een ontwerp heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie ruimtelijke kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het ontwerp.
  5. Toehoorders kunnen aanwezig zijn bij het openbare deel van de vergaderingen, maar kunnen niet deelnemen aan de beraadslagingen.

Artikel 8

  1. Van het verhandelde in de vergaderingen van de commissie houdt de secretaris aantekening. Het verslag van het verhandelde wordt toegezonden aan de voorzitter en de leden en behandeld in de eerstvolgende vergadering van de commissie.
  2. Het verslag van elke vergadering wordt toegezonden aan burgemeester en wet­houders. Dit verslag is, met uitzondering van hetgeen in een besloten vergadering is besproken, openbaar en wordt aan eenieder die daarom verzoekt verstrekt.
  3. De commissie doet jaarlijks aan de raad verslag van de in het afgelopen jaar verrichte werkzaamheden.

Artikel 9

  1. De commissie stelt haar adviezen bij meerderheid van stemmen vast.
  2. Bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  3. De minderheid kan vorderen dat haar mening in het advies wordt opgenomen.
  4. De adviezen van de commissie worden zo spoedig mogelijk en onverkort ter kennis gebracht aan burgemeester en wethouders.
  5. Het advies is met redenen omkleed, behoudens onvoorwaardelijk positieve adviezen over bouwaanvragen.
  6. Het college van Burgemeester en Wethouders kan gemotiveerd afwijken van een advies van de commissie. Van het voornemen stellen zij de commissie in kennis. Het college is bevoegd zaken van minder gewicht te mandateren aan de directeur van de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer.

Artikel 10

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen, beslissen burgemeester en wethouders, nadat zij de commissie hebben gehoord.

Artikel 11

Adviezen uitgebracht door de Welstandscommissie, de Monumenten of de Commissie Stadsbeeld vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden beschouwd als adviezen van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Artikel 12. Reis- en verblijfskosten

De commissieleden ontvangen een reiskostenvergoeding op basis van declaratie van kilometers of openbaar vervoer 1e klas.

Artikel 13. Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit ontvangen de commissieleden een vergoeding van €100,00 per uur per zitting (excl. voorbereidingstijd), gebaseerd op de BNA interne uurtarieven.

Artikel 14. Betaling en declaratie van onkosten

Betaling en declaratie van onkosten van commissieleden geschiedt op gelijke wijze als bepaald in artikel 14 van de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2017.

Artikel 15. Intrekking oude regeling

De Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 17

De verordening kan worden aangehaald als 'Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit 201T.

Eindhoven, 13 maart 2018.

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,