De geschiedenis van Eindhoven

  

In de 11e eeuw beschreef monnik Stefelijn deze regio: “In deze landstreek ligt Campinia (Kempenland), bestaande uit ver uitgestrekte vlakten, door de zonnehitte verbrand. Dit land is niet tot enige handel geschikt, noch tot het gebruik der mensen, maar is alleen vervuld met holen of schuilhoeken van struikrovers, uit welke holen zij met hun verdragend gezicht, terwijl niets hun in den weg staat, de vreemde reizigers zeer gemakkelijk kunnen ontdekken.”

Het zou anders lopen. Toch groeide Eindhoven tot de 19e eeuw maar langzaam, er was soms zelf prake was van een bevolkingsafname. Dit kwam door oorlogen en besmettelijke ziekten, met name de pest. In de 20e eeuw verdubbelde de Eindhovense bevolking zich meerdere malen. Dit was onder meer te danken aan de verbeterde gezondheidszorg en huisvesting en een enorme toeloop van mensen van buiten de stad en regio door de sterke groei van de werkgelegenheid. Dit was in het bijzonder het geval in de periode 1920-1930, en kan op het conto geschreven worden van Philips.