Deel A: Inhoudelijk deel
1. Wat is de titel van de aanvraag?
2. Hoe omschrijf je je aanvraag? Geef in maximaal drie zinnen aan waar je subsidie voor aanvraagt.
3. Welke doel(en) streef je na met je plan?
4. Op welke doelgroep(en) richt je plan zich?
5. Resultaat
- a. Welke resultaten wil je bereiken met je aanvraag?
Beschrijft de resultaten aan de hand van de volgende eisen:
- Je beschrijft onderbouwd (waar mogelijk met cijfers) hoe de beoogde resultaten bijdragen aan het realiseren van de ambitie en hoe deze worden gemonitord.
- Het is meetbaar.
- Het beschrijft in welk opzicht de doelgroep(en) erbij zijn gebaat.
Werkvormen, organisatorische kwesties, deelnemersaantallen e.d. gelden niet als bruikbaar resultaat, hoe belangrijk ze op zichzelf ook kunnen zijn.
- b. Toon aan dat je aanvraag beantwoord aan de ambitie.
Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door aan te geven dat het vernieuwend is ten opzichte van bestaande ondersteunings/hulpvormen. Of dat is gebleken uit (landelijk) onderzoeken, uit soortgelijke pilots etc. dat je aanvraag beantwoord aan (onderdelen) uit de ambitie. Geef daarbij specifiek aan om welk onderzoek, welke pilot, etc. het gaat.
6. Aanpak en activiteiten
- a. Wat ga je doen om de opgegeven resultaten te behalen?
Beschrijf de activiteiten en leg uit hoe je de beoogde resultaten realiseert.
Geef hierbij zowel de aard en de omvang van de activiteiten en een (concrete) realistische planning aan. Het plan is toegankelijk voor inwoners uit de 11 regiogemeenten.
De voorgestelde innovatie moet een blijvende verandering opleveren en is doeltreffend, doelmatig en effectief. Onderbouw (waar mogelijk met cijfers) hoe de beoogde resultaten bijdragen aan het realiseren van de doelstelling.
- b. Wat zijn de kwaliteitsmaatstaven van je activiteiten?
Wij vragen je dit in beeld de brengen aan de hand van onderstaande tabel.
| Kenmerk | Maatstaf |
|---|---|
| Deskundigheid Wat is het deskundigheidsniveau van uw medewerkers? De mate waarin uw medewerkers cursussen heeft gevolgd om zijn kennis en vaardigheden te verbeteren of op peil te houden. |
Hoeveel procent van de medewerkers heeft tenminste 1 x per jaar deelgenomen aan een vorm van deskundigheidsbevordering? Hoeveel procent van de activiteiten wordt uitgevoerd/begeleid door deskundige/getrainde medewerkers? Wat is het maximale aantal kinderen/ouders dat door een medewerker wordt begeleid? |
| Relevantie De mate waarin de activiteiten of trainingen aansluiten bij de behoeften van het kind en/of ouders. De frequentie waarmee informatie, activiteiten of trainingsaanbod worden vernieuwd, zodat ze de laatste bevindingen/inzichten weergeven. |
Hoeveel procent van de kinderen/ouder(s) vindt dat de aangeboden activiteit volledig aan de behoefte beantwoordt? Hoeveel procent van de totale doelgroep maakt gebruik van de aangeboden activiteiten? Hoe vaak wordt de aangeboden activiteit(en) herzien/bijgesteld? |
|
Duurzaamheid |
Hoeveel procent van de kinderen/ouders doet binnen een jaar voor dezelfde vraag opnieuw een beroep op de aangeboden activiteit? Hoeveel procent van de kinderen/ouders wordt binnen een jaar alsnog doorverwezen naar specialistische ondersteuning? |
| Frequentie/intensiteit Het aantal keer dat een activiteit binnen een bepaald tijdsbestek plaatsvindt. |
Hoe vaak per maand/jaar wordt de activiteit tenminste uitgevoerd? Hoe lang moet kinder(en)/ouder(s) maximaal wachten voordat de activiteit beschikbaar is? |
Alle voorstellen van de subsidieaanvragen worden zowel op kwantiteit als op kwaliteit beoordeeld. De kwantiteit – meestal uitgedrukt in termen van het aantal activiteiten of de hoeveelheid middelen die worden ingezet – is vooral van belang voor de berekening van de kosten. Bij de kwaliteit telt niet hoeveel je denkt te gaan doen, maar hoe goed je de activiteiten uitvoert. Voor de beschrijving van de kwaliteit kun je gebruik maken van de standaard kwaliteitsmaatstaven. Hoe dat werkt leest je hier.
De maatstaven in de onderstaande tabel geven inzicht in de kwaliteit van de uitvoering van activiteiten, maar niet in de resultaten die met die activiteiten worden geboekt. Deze dienen te beantwoorden aan de ambitie waarvoor deze subsidie is bedoeld.
Het is niet noodzakelijk om alle maatstaven te benutten. Het staat je vrij om een keuze te maken en de maatstaf uit te zoeken die het meeste inzicht verschaft in wat je doet. Heb je de meest geschikte maatstaf geselecteerd, dan vul je de streefwaarde in die je noodzakelijk vindt. De maatstaven worden uiteindelijk gebruikt voor de beschrijving van de opdracht (resultaten) in de beschikking.
In tegenstelling tot de kwaliteitsmaatstaven zijn de kwaliteitskenmerken volledig van toepassing, omdat ze elkaar gewoonlijk versterken. Zo is betrouwbare informatie van weinig waarde als ze niet ook volledig, relevant, actueel en tijdig beschikbaar is.
c. Wat is het werkgebied voor deze aanvraag?
Het plan moet toegankelijk voor inwoners uit de 11 regiogemeenten (zijnde: Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven).
Is je plan niet toegankelijk voor inwoners uit deze 11 gemeenten, geef dan aan binnen welke gemeente(n) je werkgebied valt. Geef daarbij ook aan waarom je je juist op dit werkgebied concentreert.
d. Zijn er harde voorwaarden om je aanvraag te laten slagen?
Denk bijvoorbeeld aan medewerking van bepaalde partijen, beschikbaarheid van gegevens, beschikking over een locatie, etc.
Wij vragen je ook te beschrijven op welke wijze en onder welke voorwaarden de resultaten eventueel geborgd, geïmplementeerd en gefinancierd kunnen worden binnen reguliere kaders.
7. Huisvesting. Op welk adres of welke adressen vinden de activiteiten uit je aanvraag plaats?
8. Geef aan of je een Integriteitsplan hebt, waarin is beschreven wat je doet om belangenverstrengeling, misbruik van mensen, middelen en gegevens e.d. te voorkomen.
B. Financieel deel
Dit deel van de toelichting gaat over de kosten van je aanvraag (begroting en dekkingsplan).
B.1 Kostprijs aanvraag
De begroting is gespecificeerd. Het moet duidelijk zijn waar welk bedrag aan besteed wordt.
De middelen moeten maximaal worden besteed aan de innovatie zelf. In het plan wordt aannemelijk gemaakt dat er een mogelijk terugverdieneffect is met de innovatie. Er mag geen overlap zijn met eventuele reeds bestaande financiering
Specificeer je kosten naar directe en indirecte kosten.
Directe kosten
Onder directe kosten verstaan wij kosten die rechtstreeks samenhangen met de omvang of het aantal activiteiten van de aanvraag. Het zijn kosten per dienst of per product. Hoe meer activiteiten (bijvoorbeeld individuele trajecten, of groepsbijeenkomsten), des te hoger zijn de directe kosten. En omgekeerd: voer je uiteindelijk minder activiteiten uit dan gedacht, dan heb je ook minder directe kosten.
Indirecte kosten
Daarnaast willen wij graag inzicht in de totale exploitatiebegroting. Hierdoor krijgen wij tevens inzicht in de indirecte kosten (overhead). Dat zijn kosten die niet direct voortvloeien uit de omvang of het aantal activiteiten dat je uitvoert, maar die wel worden doorberekend in de prijs van de aanvraag. De huisvestingskosten van je administratie bijvoorbeeld, of de loonkosten van de directie en de accountantskosten zijn voor een deel verwerkt in de kosten van je aanvraag of activiteit.
Geef je directe en indirecte kosten in jouw toelichting het liefst aan in de vorm van een overzichtelijke tabel.
B.1. Eigen vermogen
Volgens de Algemene subsidieverordening (ASV) van de gemeente Eindhoven, kan de hoogte van het eigen vermogen van invloed zijn op de berekening van het subsidiebedrag (artikel 8 lid 2 letter a ASV). Dit artikel stelt dat het college subsidie kan weigeren wanneer de aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde middelen kan beschikken om de kosten van activiteiten te dekken. Tegelijk biedt de Algemene subsidieverordening in artikel 18 lid 2 ASV de mogelijkheid om bestemmingsreserves en voorzieningen te vormen, voor zover dit bij de subsidieaanvraag wordt aangegeven en planmatig wordt onderbouwd.
In dit verband vragen wij je om ons inzicht te verschaffen in de actuele stand van uw eigen vermogen. Wellicht heb je dit al gedaan bij de verantwoording van de subsidie voor 2018: had je in 2018 een subsidie van meer dan € 200.000, dan heb je als onderdeel van de verantwoording een controleverklaring van de accountant met een jaarrekening moeten overleggen waaruit de omvang van het eigen vermogen blijkt. In dat geval hoef je de informatie niet opnieuw te verstrekken en kun je dit deel van het aanvraagformulier overslaan.
Heb je de jaarrekening 2018 nog niet overlegd, omdat wij je deze verplichting niet eerder hebben opgelegd, of omdat je niet eerder subsidie bij de gemeente Eindhoven hebt aangevraagd, dan verzoeken wij je om in onderstaande tabel het eigen vermogen te vermelden. Maak hierbij onderscheid tussen de algemene reserve en bestemmingsreserves.
Het eigen vermogen kan worden omschreven als de algemene reserves plus de bestemmingsreserves.
Reserves
Reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen van jouw organisatie. Reserves zijn opgebouwd uit (financiële) resultaten uit het verleden, die na afloop van het boekjaar worden verrekend met het eigen vermogen.
De algemene reserve kan worden beschouwd als continuïteitsreserve of weerstandsvermogen. Het gaat om middelen die niet bij voorbaat opzij zijn gezet voor een specifiek doel. Bij een bestemmingsreserve heeft het bestuur bepaald waaraan het geld, dat na afloop van het boekjaar resteert, zal worden besteed. Het gaat dus niet om middelen die al op voorhand volgens de begroting ten laste van de exploitatie komen.
Eigen vermogen
a. Algemene reserve
Vermeld het saldo van de algemene reserve (per 31 december van voorgaand boekjaar).
b. Bestemmingsreserve
Geef in een tabel de bestemmingsreserve(s) aan. Er kan sprake zijn van meerdere bestemmingsreserves. Wij vragen die afzonderlijk te vermelden, met een opgave van de reden voor de vorming van de reserve en een inschatting van de wijze en de termijnen waarop je er gebruik van denkt te moeten maken (de planmatige onderbouwing), bijvoorbeeld:
1. Bestemmingsreserve:
|
Saldo bestemmingsreserve (per 31 december van voorgaand boekjaar) |
€ |
|
Omschrijving bestemmingsreserve (inclusief reden en planmatige onderbouwing): |
2. Bestemmingsreserve:
|
Saldo bestemmingsreserve (per 31 december van voorgaand boekjaar) |
€ |
|
Omschrijving bestemmingsreserve (inclusief reden en planmatige onderbouwing): |
Etc.