Ontwerp-afvalstoffenverordening Eindhoven 2020 met toelichting

Besluit van de raad van de gemeente Eindhoven tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020.

De raad van de gemeente Eindhoven; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van xx-xx-2020; gelet op de artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet milieubeheer en artikelen 108, 149, 154b van de Gemeentewet; gezien het advies van de meningsvormende vergadering en het verslag van de inspraakprocedure; besluit vast te stellen: Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020.

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen;
  • b. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente Eindhoven feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor eenverplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
  • c. Grove huishoudelijke afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen die zo afwijken naar aard, samenstelling of omvang (volume of afmetingen) dat deze apart aan een inzameldienst of een verwerker van afvalstoffen wordt aangeboden.
  • d. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
  • e. inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht;
  • f. inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;
  • g. ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk dat of samples die gratis huis-aan-huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger; 
  • h. perceel: perceel in de gemeente Eindhoven waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2. Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een
doelmatig beheer van afvalstoffen.

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst

  • 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
  • 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing.
  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

  • 1. Het is andere instanties dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de instantie:
    • a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;
    • b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of
    • c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.
  • 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats

  • 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente waar gebruikers van percelen in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grove huishoudelijke afvalstoffen, achter te laten.
  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grove huishoudelijke afvalstoffen, bij de inzamelplaats.

Artikel 6. Algemene verboden

  • 1. Het is een gebruiker van een perceel verboden huishoudelijke afvalstoffen:
    • a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
    • b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of 
    • c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
  • 2. Het is een ander dan een gebruiker van een perceel verboden huishoudelijke afvalstoffen:
    • a. ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of
    • b. achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Afvalscheiding

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld:
    • a. over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen; en
    • b. over de locatie van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
  • 2. In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:
    • a. bioafval (groente-, fruit- en tuinafval);
    • b. papier;
    • c. metaal;
    • d. kunststof;
    • e. glas;
    • f. textiel;
    • g. gevaarlijke afval;
    • h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
  • 3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, uitbreiden of achterwege laten.
  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding

  • 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:
    • a. ter inzameling aan te bieden;
    • b. achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen dagen en tijden vast waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.
  • 2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dagen en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding

  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over:
    • a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel, of een groep percelen;
    • b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.
  • 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.
  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste en tweede lid inhouden . 

§ 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst   

Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden  ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3.  

Artikel 12. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen  

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door  de inzameldienst aan te bieden of aan de inzameldienst over te dragen.  

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen  

  • 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.  
  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de Inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.  

§ 4. Zwerfafval en overige  

Artikel 14. Dumpingsverbod  

  • 1. Het is verboden buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken,  door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.   
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op:  
    • a. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;  
    • b. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.  

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte  

  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de  openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van  deze afvalstoffen.   
  • 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste  lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt zo snel mogelijk opgeruimd door  degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.   
  • 3. Het is verboden ter inzameling aangeboden afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te  verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.  

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen  

  • 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid, in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
  • 2. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor het tijdig ledigen van de in lid 1 bedoelde afvalbak of van een soortgelijk middel voor het houden van afval.  
  • 3. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen  een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
  • 4. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.   

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg

  • 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of  het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.  
  • 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens  opdrachtgever, zorgt zo snel mogelijk na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het  reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming  van het wegdek te verzekeren.    

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht  

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek toegankelijke of waarneembare plaats in de open  lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening  aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.  

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken  

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door  afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.  

Artikel 20. Ongeadresseerd reclamedrukwerk 

  • 1. Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of te laten bezorgen bij een perceel. 
  • 2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of  te laten bezorgen indien de gebruiker van het desbetreffende perceel kenbaar maakt ongeadresseerd  reclamedrukwerk te willen ontvangen.

§ 5. Handhaving en toezicht

Artikel 21. Strafbare feiten

  • 1. Overtreding van artikel 4, artikel 6, artikel 8 tot en met artikel 10, artikel 12 tot en met artikel 19 is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
  • 2. Overtreding van artikel 20 is een strafbaar feit en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.  

Artikel 22. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

Artikel 23. Bestuurlijke boete

  • 1. Overtreding van artikel 4, artikel 6, artikel 8 tot en met artikel 10, artikel 12 tot en met artikel 19 door een natuurlijke persoon of rechtspersoon kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
  • . De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bestuurlijke boete is gelijk aan het bedrag dat in de
    bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte, onderdeel C, is vermeld bij het desbetreffende voorschrift.
  • 3. Bij overtreding van een voorschrift door een rechtspersoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon vermenigvuldigd met de factor twee.
  • 4. De op te leggen bestuurlijke boete wordt verhoogd met 100% van het boetebedrag, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.  
  • 5. Indien het boetebedrag bedoeld in het derde of vierde lid hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag als bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum boetebedrag.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 24. Intrekking oude verordening

De Afvalstoffenverordening Eindhoven (gemeenteblad 2004, nr. 79) wordt ingetrokken.

Artikel 25. Overgangsrecht

Besluiten genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 24, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 26. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020”.

Artikel 27. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking ervan in het
gemeenteblad, met uitzondering van artikel 20 dat in werking treedt 20 maanden na bekendmaking van deze verordening, en werkt ten aanzien van artikel 7 terug tot en met 1 januari 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van …………… 2021

 

De voorzitter,

De griffier,

 

Toelichting

Algemeen deel

1. Inleiding

Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang; welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden, verandert. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) om te komen tot een vermindering van het restafval per inwoner per jaar en om een verbetering te bereiken van de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde afvalstoffen/materialen. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.

2. Hoofdlijnen van de verordening

Scheiden van afvalstoffen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar deze ontstaan of in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen en (zwerf)afval in de openbare ruimte.  

Huishoudelijke afvalstoffen
Het gemeentebestuur heeft de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (zorgplicht) door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval inzamelen of daarbij ondersteunen. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.  

Bedrijfsafvalstoffen
Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer en daarop gebaseerde centrale regelgeving. De inzameling van bedrijfsafval valt niet onder de wettelijke zorgplicht van de gemeente. De inzameling van bedrijfsafval kan echter onder voorwaarden plaatsvinden door de inzameldienst. Deze verordening bevat aanvullende regels die van belang zijn indien de inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen.  

Afval in de openbare ruimte
Voor een goed beheer van de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.  

Grondslag
De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de APV voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening.

3. Wettelijke begrippen

In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Belangrijke begrippen uit artikel 1.1 van de Wet milieubeheer zijn in deze verordening overgenomen. Voorbeelden zijn huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen.  

Sommige definities uit de Afvalstoffenverordening Eindhoven uit 2004 zijn komen te vervallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip inzamelen dat in die oude modelverordening werd gebruikt. In de onderhavige verordening is slechts sprake van het begrip inzameling. Het begrip inzameling is door de Wet milieubeheer gedefinieerd. Artikel 1.1 van de wet verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.  

In de oude modelverordening werd het begrip inzamelen gebruikt om ruimte te laten voor de verschillende middelen en voorzieningen waarmee de inzameling plaatsvindt bij gemeenten en om duidelijk te maken dat het gaat om inzameling van afvalstoffen die ook ter inzameling zijn aangeboden. In deze verordening kon dit begrip achterwege blijven omdat het begrip inzameling zoals het hier wordt geregeld eveneens deze ruime praktijk omvat en ten tweede omdat in de verordening zelf geen ruimte is gelaten voor inzameling van afvalstoffen zonder dat die worden aangeboden via deze middelen of voorzieningen.  

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door (de) aangewezen inzameldienst(en) en, anderzijds, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achtergelaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek (de milieustraat). Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wet milieubeheer en artikel 1.1 van de Wet milieubeheer dus als volgt gebruikt t.a.v. de huishoudelijke afvalstoffen:

 

De gebruiker van een perceel

De inzameldienst of inzamelaar  

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats

Inzamelplaats

Het is in deze opzet niet nodig om nog een afzonderlijke begripsbepaling voor ‘inzamelen’ op te nemen, zoals in de Afvalstoffenverordening Eindhoven uit 2004 het geval was.

De begrippen inzamelmiddel of inzamelvoorziening behoeven geen definitie nu uit de tekst van artikel 10 voldoende duidelijk is waarom het kan gaan. Voorbeelden zoals huisvuilzakken, minicontainers, afvalemmers (inzamelmiddelen) of wijkcontainers, brengdepots, verzamelcontainers (inzamelvoorzieningen) zijn genoegzaam bekend en lenen zich niet voor opname in de tekst van de verordening. De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip weg in artikel 17.  

Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders  
De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan burgemeester en wethouders:

  • Nadere regels over de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen [(artikel 3, derde lid)
  • Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4).
  • Nadere regels over de manier waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden achtergelaten op de aangewezen inzamelplaats(en) (artikel 5)
  • Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7)
  • Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.
  • Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10). 
  • Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13).

Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat over:

  • De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).
  • De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 22).

Artikelsgewijs

Artikel 1. Begrippen

Voorbeelden van grove huishoudelijke afvalstoffen zijn grof huishoudelijk restafval, grof tuinafval, meubels, tapijten en particulier verbouwingsafval.  

Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar (grove) huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).  

Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat of samples die zonder naam en adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals bijvoorbeeld “aan de bewoners van dit pand of gebouw”. Drukwerk van vrijwilligers- en niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen, valt niet onder de definitie ‘ongeadresseerd reclamedrukwerk’. De gemeente kiest hiervoor omdat de huis- aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt hebben.  

Artikel 2. Doelstelling

Het doel volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is in de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst  

In het eerste lid geeft de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders de opdracht om de gemeentelijke dienst aan te wijzen, die met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer op de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders. De aangewezen inzameldienst zal die zorg praktisch uitvoeren. In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de aanwijzing van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Bijvoorbeeld dat dat gebeurt op basis van een openbare aanbesteding.

Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een aanvraag zou worden beslist. In het tweede lid is bepaald dat de regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht daarom niet van toepassing is. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de inzameling kunnen, indien noodzakelijk, door burgemeester en wethouders op grond van het derde lid worden gesteld.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kunnen burgemeester en wethouders bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wet milieubeheer in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht.  

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats  

Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, met name grove huishoudelijke afvalstoffen zoals tuinafval, hout, puin, stoeptegels, maar ook gevaarlijke afvalstoffen zoals asbest, afgewerkte olie et cetera, kunnen worden achtergelaten.  

Het tweede lid stelt B&W in staat huisregels voor de milieustraten op te stellen. Daarbij kunnen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen uitgesloten worden.

Artikel 6. Algemene verboden

Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen niet anders mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 3 (inzameldienst), 4 (andere inzamelaars) en 5 (inzamelplaats/milieustraat) zijn aangewezen. Dit verbod richt zich tot de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan.  

In het tweede lid is het verboden dat anderen dan gebruikers van percelen, zoals bedrijven of inwoners van andere gemeenten gebruik maken van de gemeentelijke inzameldienst en/of de inzamelplaats.

Artikel 7. Afvalscheiding  

Dit artikel richt zich tot de gemeente als verantwoordelijke voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, en regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Op 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van kracht geworden. Dit besluit bepaalt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen ten minste gescheiden moeten worden ingezameld.

Artikel 10.21 van de Wet milieubeheer schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. De gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wet milieubeheer besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen dan die die in artikel 7, tweede lid genoemd zijn.  

Het derde lid van artikel 7 biedt mogelijkheid om meer maatwerk te kunnen geven, bijvoorbeeld i.v.m. nascheiding. De lijst is in zoverre facultatief, dat daarin variatie kan worden aangebracht of dat deze kan worden aangevuld.

Op grond van artikel 10.26 van de Wet milieubeheer kan de gemeenteraad in het belang van een
doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening afwijken:

  • a. van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel);
  • b. van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening);
  • c. van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld).

De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaatsvindt is niet wekelijks. Indien de frequentie lager is dan eenmaal per week, is de Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008 van toepassing en draagt het college er zorg voor dat op ten minste één op grond van is artikel 5 van deze verordening aangewezen inzamelplaats de desbetreffende huishoudelijke afvalstof kan worden achtergelaten. Dit vloeit voort uit artikel 10.26, tweede lid, en artikel 10.27 van de Wet milieubeheer.

Voor grondstoffen die aan huis worden ingezameld, maar niet wekelijks aan huis worden ingezameld, maar bijvoorbeeld op afspraak, moet het brengdepot (milieustraat) wel gelegenheid blijven bieden. Met het beschikbaar stellen van inzamelvoorzieningen voor glas en kunststof verpakkingsmateriaal die
dagelijks in een ondergrondse- of bovengrondse container kunnen worden aangeboden, vervalt de
noodzaak om dit naar een brengdepot (milieustraat) te kunnen brengen.

De raad bepaalt dat burgemeester en wethouders regels stellen over de vraag welke bestanddelen
huishoudelijke afvalstoffen, met welke frequentie en waar (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde bebouwingstypen) bij of nabij elk perceel gescheiden worden ingezameld.  

Het regelen van de frequentie en de locatie van de inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester en wethouders. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding

Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door burgemeester en wethouders in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (welles/nietes-lijst). De vrijstellingsmogelijkheid kan gebruikt worden om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding  

De tijdstippen voor de inzameling worden door burgemeester en wethouders bepaald. De tijdstippen staan in de afvalkalender die de inzameldienst publiceert op zijn website. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking. 

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding

Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen voor het ter inzameling aanbieden door een huishouden. Voorbeelden zijn een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen zijn bedoeld voor het collectief, door meerdere huishoudens, ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Voorbeelden zijn een verzamelcontainer of een wijkcontainer, al dan niet ondergronds. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen worden voorgeschreven. Dit kan per type bebouwing, maar ook per aangewezen gebied. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen.  

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen geldt geen gemeentelijke zorgplicht. De inzameldienst kan echter, onder bepaalde voorwaarden, ook bedrijfsafvalstoffen (of bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen.  

Artikel 12. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen

Dit artikel is de keerzijde van artikel 11. Op deze bedrijfsafvalstoffen zijn de regels van artikel 11 van toepassing.  

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen  

Burgemeester en wethouders kunnen de voorwaarden bepalen waaronder de inzameldienst bedrijfsafvalstoffen inzamelt. In de praktijk gaat het veelal om bedrijfsafval uit de KWD-sector (Kantoor, winkel en dienstensector), dat qua aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval en in dezelfde route wordt ingezameld als huishoudelijk afval. Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst.

Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wet milieubeheer. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wet milieubeheer voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de
eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.” Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum.  

Artikel 14. Dumpingsverbod

Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. In artikel 10.25, onder a, van de Wet milieubeheer is de mogelijkheid voor het opnemen van een dergelijk artikel in de
afvalstoffenverordening.  

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte

Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wet milieubeheer kunnen gemeenten in hun
afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.  

Eerste lid
Dit lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.

Derde lid  
Het begrip zwerfafval zelf behoeft geen verdere definitie nu uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, etc. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die op zich geen zwerfafval veroorzaakt ook onder het verbod valt.  

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen

Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af. Het dient ter
aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg

Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht

Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan. Opslag is niet het bewaren voor de eerstvolgende aanbieding ter inzameling. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken

Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval.

Artikel 20. Ongeadresseerd reclamedrukwerk.

Dit artikel heeft als doel de hoeveelheid ongeadresseerd drukwerk terug te brengen en levert een aanzienlijke papierbesparing en milieubesparing op. Dit artikel bevat een zogenaamd opt-in systeem, waarbij er geen ongeadresseerd reclamedrukwerk huis-aan-huis meer mag worden verspreid, tenzij een bewoner of gebruiker dit expliciet aangeeft.  

In het tweede lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend toestaat als de ontvanger onmiskenbaar met bijvoorbeeld een JA/JA sticker duidelijk heeft gemaakt hij het ongeadresseerde reclamedrukwerk wil ontvangen. Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan het opt–in systeem te houden.  

Artikel 22. Toezichthouders

Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wet milieubeheer en artikel 5.10, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 23. Bestuurlijke boete

Uit het stelsel van de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (hierna: Wet BBOOR) volgt dat het overtreden van de voorschriften bedoeld in artikel 23, eerste lid, bestuurlijk kan worden beboet. Voorwaarde daarvoor is dat de desbetreffende voorschriften vallen onder artikel 154b, eerste lid, van de Gemeentewet.

Hoogte van de Bestuurlijke boete
Het Besluit BBOOR bepaalt de verschillende boetecategorieën en de hoogte van de bestuurlijke boete. Voor zover voor een voorschrift de boetecategorie en de hoogte van de boete niet bij het Besluit BBOOR zijn bepaald, kan de gemeenteraad deze vaststellen in de verordening. De bestuurlijke boete kan voor natuurlijke personen per gedraging niet hoger zijn dan het bedrag van de geldboete van de eerste categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

In artikel 154b, zevende lid, van de Gemeentewet is daarnaast nog bepaald dat een bestuurlijke boete slechts kan worden opgelegd aan personen die ten tijde van de overtreding 12 jaar of ouder waren en dat de bestuurlijke boete voor personen die ten tijde van de overtreding nog geen zestien jaar oud waren, wordt gehalveerd.

Op de oplegging van een bestuurlijke boete zijn de bepalingen van titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 5:53 Awb.

Op grond van de Wet BBOOR kunnen de boetebedragen die gelden voor een natuurlijk persoon worden verhoogd als de overtreding wordt begaan door een rechtspersoon. Er is gekozen voor de toepassing van de vermenigvuldigingsfactor twee. Van belang is dat de maximale boetehoogte voor rechtspersonen per gedraging niet hoger is dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in artikel 154b lid 6 van de Gemeentewet, te weten €2250,- per gedraging.

Artikel 27. Inwerkingtreding

Artikel 3 van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen bepaalt dat de afvalstoffenverordening op 1 januari 2021 aangepast moet zijn, als dat nodig is om aan de artikelen 1 en 2 van dat besluit te voldoen. Op grond van artikel 1 van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen draagt de gemeenteraad en burgemeester en wethouders zorg voor de gescheiden inzameling van bioafval, papier, metaal, kunststof, glas en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De gescheiden inzameling van deze huishoudelijke afvalstoffen is geregeld in artikel 7. Daarom treedt artikel 7, eerste lid, van deze verordening met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2021. De in artikel 7 genoemde huishoudelijke afvalstoffen worden in Eindhoven vanaf 1 januari 2021 afzonderlijk ingezameld.