Stad van Philips (1900-1940)

Philips groeit in enkele decennia uit tot een megaconcern met tienduizenden werknemers, een ongekend aantal voor die tijd. De komst van al deze werknemers uit alle delen van het land, zorgt voor een grote druk op de stad en omliggende dorpen.

In 1910 start Philips met de aanleg van Philipsdorp, een tuindorp voor de werknemers van Philips op het grondgebied van de gemeente Strijp. Meerdere wijken in opdracht van Philips volgen. Het blijft niet bij fabrieken en woningen, Philips zorgt ook voor bedrijfsscholen, parken, sport- en ontspanningsvoorzieningen enzovoort.

Groot-Eindhoven in 1920

De industriële ontwikkelingen en bevolkingsgroei zorgen voor grote woningnood, verkeersproblemen en een tekort aan voorzieningen. In de periode 1890-1920 groeide de bevolking in Eindhoven en omliggende dorpen van 19.000 tot 43.000. Om hier een oplossing voor te vinden, gaan de gemeenten Woensel, Tongelre, Stratum, Gestel, Strijp met elkaar in gesprek. Dit leidt uiteindelijk tot een annexatie op 1 januari 1920: de dorpen worden samen met Eindhoven één gemeente.

    Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, 1918) van Jos Cuypers en stadsarchitect Louis Kooken moet de ontwikkeling van de nieuwe gemeente in goede banen leiden. Een onderdeel daarvan was de aanleg van een rondweg, die voor het grootste deel in de jaren ’50 werd aangelegd, maar uiteindelijk pas in de jaren ’70 werd voltooid.  

    In Eindhoven is nog veel te zien uit deze periode:

    • De grote fabriekscomplexen van Philips rondom de Emmasingel (Lichttoren, Witte Dame, Admirant) en Strijp- S.
    • De Philips-wijken zoals Philipsdorp en Drents Dorp en de villaparken in Tongelre en Den Elzent.
    • De wijken gebouwd door woningcorporaties
    • Voorzieningen zoals kerken, scholen, parken en plantsoenen etc.