Industrialisatie in de 19e eeuw

In de 19e eeuw zijn Eindhoven en de omliggende dorpen steeds beter bereikbaar. Over het water, door de aanleg van het Eindhovensch Kanaal in 1846, per spoor vanaf 1866 en door de verbetering van de landwegen, zoals de Boschdijk en de Aalsterweg.

Ook komen er nieuwe wegen zoals de Willemstraat in 1885, die een directe verbinding vormt tussen Eindhoven en Strijp. Mede omdat de lonen relatief laag zijn en het moeilijk boeren was op de arme zandgronden in dit deel van Noord-Brabant, wordt Eindhoven een aantrekkelijk plek voor de industrie. De fabrieken vestigen zich aan de randen van de stad en bij de haven. Maar ook buiten de stad, langs de oude dorpslinten, komt langzaam meer bebouwing. Zo groeien de stad en de dorpen naar elkaar toe.

Tabak, textiel en gloeilampen

Aan het begin van de negentiende eeuw waren er in Eindhoven vooral brouwerijen en textielnijverheid.Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw wordt Eindhoven één van de belangrijkste steden van Nederland op het gebied van sigarenproductie. Bijvoorbeeld de fabrieken van Mignot en De Block in 1858 en Van Abbe in 1908. Ook de lucifer- en houtindustrie komt op. In 1891 sticht Gerard Philips uit Zaltbommel een gloeilampenfabriek aan de Emmasingel.

Kerken

De bevolking groeit en omdat die vooral bestaat uit katholieken, zijn er nieuwe grote kerkgebouwen nodig. Grote neogotische kerken bepalen de skyline, zoals de Catharinakerk in Eindhoven, de Joriskerk in Stratum en de Petruskerk in Woensel.