Uit de evaluatie van 2000-2005 bijlage is een aantal lessen te trekken voor het vervolg van de wijkvernieuwing in Eindhoven. Anno 2009 zijn veel van de aanbevelingen uit de evaluatie overgenomen. Natuurlijk is ook de bewoners gevraagd hoe zij de wijkvernieuwing ervaren.
Uit de evaluatie blijkt dat de wijkvernieuwing een grote diversiteit kent qua problemen en qua oplossingen. Iedere buurt kent specifieke problemen en vraagt dus om een andere aanpak. Maatwerk leveren is het devies. Zo is bijvoorbeeld in Woensel-West eerst ingezet op veiligheid en leefbaarheid en het ontwikkelen van een SPIL-centrum, daarna zijn plannen gemaakt voor sloop en nieuwbouw en de aanpak van de openbare ruimte. In de Bloemenbuurt-Zuid daarentegen gaat de aandacht juist eerst uit naar de vervanging van de woningvoorraad (particulier opdrachtgeverschap) en de verbetering van de openbare ruimte. In tweede instantie worden voorbereidingen getroffen voor de oprichting van een eerstelijnsgezondheidscluster.
Doe niet op voorhand al uitspraken over sloop, nieuwbouw of renovatie. Het is een van de aanbevelingen voor pas gestarte wijkvernieuwingsgebieden. Dit beïnvloedt namelijk het proces van samenspraak, maar kan ook belemmerend werken op de plannen zelf.
Laat de sociale component vanaf de start integraal onderdeel uit maken van het proces. In wijken met een behoorlijke sociale problematiek moet het sociale aspect van wijkvernieuwing leidend zijn.
De inzet op het gebied van gezondheid, de sociaal-economische kant en het vergroten van de sociale kwaliteit moet de komende tijd versterkt worden om meer inhoud te geven aan het scheppen van kansen voor kwetsbare groepen.
De aandacht voor de cultuurhistorie is in de loop der jaren behoorlijk toegenomen, bijvoorbeeld in De Barrier, Drents Dorp en Philipsdorp.
Om de integrale planvorming ook economisch tot een succes te maken, is meer inzicht nodig in de economische aspecten. Dit geldt op sociaal-economisch gebied, maar ook voor de economische voorzieningen in een buurt.
De effecten van de wijkvernieuwing op de woningmarkt zijn nog beperkt, omdat nog slechts in een beperkt aantal wijken nieuwe woningen opgeleverd zijn. Het is wel van belang de invloed van de wijkvernieuwing op de woningmarkt in de gaten te houden, omdat deze vertaald moet worden naar nieuwe doelstellingen en afspraken tussen gemeente en corporaties. De herhuisvesting lijkt tot nu toe relatief weinig problemen op te leveren.
Sloop, nieuwbouw en dan? Wie komen er terug en wie gaan voorgoed weg? Uit de ervaringen van herhuisvesting blijkt dat een deel van de bewoners de wijkvernieuwing aangrijpt als kans om naar een passende woning elders in de stad te verhuizen. Een deel van de oorspronkelijke bewoners keert dus - vrijwillig of gedwongen - niet terug in de vernieuwde wijk.
Een ander deel van de bewoners blijft wél in de buurt wonen. Uit ervaringsgegevens van Lakerlopen (gebied A), Barrier en de eerste fase van de Kruidenbuurt blijkt dat daar dertig tot veertig procent van de zittende, oorspronkelijke bewoners is teruggekeerd. Vernieuwing van een wijk betekent dus niet alleen vernieuwing van de woningen, maar ook van een deel van de bewoners. In een aantal wijken kunnen bewoners terugkeren in de vernieuwde buurt tegen een verlaagde huurprijs. Maar als zij dan verhuizen, worden de huren weer opgetrokken naar een hogere en marktconforme huurprijs.