Publicatiedatum: 02-12-2011
Eeuwen lang is er op de Eindhovense markt in textiel gehandeld. Een deel van het verhandelde textiel werd in de stad geproduceerd. Waarschijnlijk dankt Eindhoven haar ontstaan zelfs aan de textielnijverheid. Getuigen daarvan zijn de middeleeuwse volkuilen die zijn opgegraven op de plekken waar zich nu de parkeerkelders van de Heuvel Galerie, het Stadhuisplein en het 18 Septemberplein bevinden.
In volkuilen werden pas geweven lappen wol in een urinehoudende vloeistof getrappeld, waardoor het weefsel steviger werd. Het vervaardigen van lappen wol kende vele bewerkingen. Na het scheren van schapen kwamen er spinners, wevers, vollers, ververs, scheerders en persers aan te pas. De inlandse wol was erg grof, daarom werd ook fijne wol geïmporteerd, onder andere uit Engeland.
Vanaf omstreeks 1550 worden er loden keurmerken aan de lappen textiel bevestigd. Zo kon men zien waar het textiel gemaakt was en ook wat de afmetingen en de kwaliteit van het weefsel waren. In de stadskern van Eindhoven zijn tientallen textielloden gevonden, allemaal afkomstig van geïmporteerde wollen lakens. Op het platteland rond de stad komen textielloden nauwelijks voor, kennelijk werd daar nauwelijks in textiel gehandeld.
Waar de Eindhovense textielloodjes precies vandaan komen is bij sommige zonder meer duidelijk. Soms staat de naam van de stad er op aangegeven. Een mooi voorbeeld is in 2007 gevonden in de stadsgracht onder het huidige 18 Septemberplein. Op dat loodje staat op de ene zijde ‘LEYDEN’ en ‘HOLLANDT, op de andere zijde: ‘WOLLE DEEKEN GEMAAKT BINNEN LEYDEN.’ Waarschijnlijk dateert het uit omstreeks 1725.
Telefoon: