Publicatiedatum: 02-12-2011
Ruim 5 eeuwen geleden leerden Europeanen van het bestaan van het werelddeel Amerika. Ze hebben er niet alleen veel gemoord en gestolen, maar ook nieuwe gebruiken overgenomen.
Eén van de nieuwe dingen was tabak. Door het te roken dacht men dat de hersenen beter gingen werken, maar het zou slecht zijn voor de voortplanting. In het jaar 1600 was in Nederland het roken nog iets bijzonders, maar enkele decennia later was het normaal. Uit 1642 weten we dat er op de Eindhovense markt tabak wordt verkocht.
Eeuwen lang werd in Europa tabak uitsluitend gerookt met stenen pijpen. Deze breekbare voorwerpen hadden een kleine kop en een lange steel. In de loop van de tijd wordt de steel dunner en de kop groter, waardoor er meer tabak in past. Het roken was kennelijk vrij algemeen, want er worden vaak fragmenten van stenen pijpen gevonden. Als je op het platteland op de akkers zoekt is de kans groot dat je er pijpenkoppen en stukjes van stelen vindt. Soms vinden archeologen op oude kerkhoven in de skeletten ronde gaten tussen de tanden. Het zijn onmiskenbaar slijtagesporen die zijn ontstaan door het tussen de tanden klemmen van een stenen pijp. Kettingrokers noemen we ze nu.
Een van de gevaren van roken is dat er brand kan ontstaan. In de 19e eeuw plaatste men daarom tijdens het roken vaak een muts van gevlochten geelkoperdraad op de opening van de pijpenkop. Hierdoor kregen vonken niet de kans uit de brandende pijp te springen.
Telefoon: