Publicatiedatum: 02-12-2011
Tijdens opgravingen worden regelmatig voorwerpen van been gevonden. Dit gebeurt vooral wanneer de archeologische afzettingen zich onder de grondwaterspiegel bevinden, zoals in een gracht of in een waterput.
Meestal bestaat het been uit gewoon slachtafval. Regelmatig komen archeologen ook kunstig bewerkte benen gebruiksvoorwerpen tegen. Onder de vondsten bevinden zich bovendien gewoon uitziende botten waarvan slijtagesporen er op duiden dat ze ergens voor zijn gebruikt. Hiertoe behoren ook kootbeentjes van grote zoogdieren, meestal van rund, soms van paard. Het kootbeen is onderdeel van het skelet van de poten. Ze werden vaak gebruikt om er speelgoed van te maken. Daarvoor werd er soms een gat in geboord dat met lood werd gevuld. Het zijn onderdelen van een spelletje: het kootspel.
Het kootbeen heeft van nature 2 verschillende zijden: de bolle voorkant (‘stoof’ genaamd) en de holle achterkant (‘schijt’ genaamd). Bij het kootspel worden kootbotjes langs elkaar tegen een muur geplaatst. Met een werpkoot werd geprobeerd de staande koten omver te gooien. De werpkoot is meestal verzwaard met lood zodat men er harder mee kon gooien. Soms bestaat de verzwaring uit een in het bot geslagen ijzeren spijker. Het kootspel was vooral een spel voor jongens. In het middeleeuwse Frankrijk werd koten soms gelijk gesteld met ondeugdelijk gedrag voor volwassenen, want zij dienden niet te spelen maar te werken.
Het kootspel wordt wel eens verward met het bikkelspel. In beide gevallen wordt gespeeld met beenderen, maar bij bikkelen gebeurt dat met een veel kleiner bot én een knikker.
Telefoon: