Publicatiedatum: 02-12-2011
Archeologen graven vaak oude woonplaatsen op. Ook krijgen ze steeds meer kennis over de vroegere grafcultuur. Aanvankelijk werden mensen meestal gecremeerd en hun resten werden in een pot of linnen zak in de grond begraven.
In de vroege middeleeuwen gaat men over tot het begraven van lichamen met daarbij allerlei voorwerpen, zoals wapens en sieraden. Tussen de jaren 725 en 1000 weten we niets over het grafritueel, maar er hebben wel mensen gewoond.
We zijn dus uit bijna drie eeuwen dode mensen kwijt. Ze liggen ergens in ons landschap begraven, maar waar weten we niet. Vanaf het jaar 1000 worden de doden bij en in de kerk begraven. Het merendeel wordt door archeologen vondstloos aangetroffen. Eeuwen lang blijft deze traditie bestaan.
Na ongeveer het jaar 1500 verandert dat geleidelijk. In de 19e eeuw krijgt bijna iedereen voortaan een metalen kruisje, heiligenmedaille en/of gebedssnoer mee in het graf.
Een van de weinige grafgiften is in het kerkhof van de Catharinakerk opgegraven. Het is een bronzen hangertje uit de 17e eeuw. Het heeft een draagoogje en aan weerszijden staan letters en een portret. Op de ene zijde staat Christus afgebeeld met de letters SAL. MVNDI (= salvator mundi, ofwel: redder van de wereld). Aan de andere zijde staat zijn moeder Maria met de letters VIR. MATE (= virgo mater, ofwel: moeder de maagd). In het Christelijke denken gelooft men dat Christus door zijn kruisdood de wereld heeft gered en dat zijn moeder maagd was.
Telefoon: