Publicatiedatum: 21-07-2010
In de vorige eeuw groeide Eindhoven explosief. Toen was nauwelijks bekend dat er zich archeologische overblijfselen in de grond bevonden. Ongeveer driekwart van de archeologische ondergrond verdween ongezien. Pas sinds begin 1989 worden in Eindhoven systematisch opgravingen gedaan. Daarbij is alsnog een omvangrijke schat aan informatie verzameld, met gegevens uit zowat alle perioden van het verleden van Eindhoven.
Ofschoon er vóór 1989 ongelofelijk veel archeologische gegevens moeten zijn verwoest, is dat niet helemaal ongemerkt gebeurd. Enkele amateur-archeologen verzamelden tijdens de bouwwoede hier en daar prehistorische, Romeinse of middeleeuwse voorwerpen. Een van de weinige metalen voorwerpen uit deze beginfase van de Eindhovense archeologie werd in 1987 gevonden door Jan Melssen en Jan Spoorenberg, medewerkers van het toenmalige gemeentearchief. Tijdens inpandig graafwerk op de hoek van Jan van Hooffstraat en de Rechtestraat verzamelden de vinders enkele tientallen potscherven, daterend uit de jaren tussen ongeveer 1350 en 1900, en ook enkele stukjes brons. Deze vondsten zijn later aan het gemeentelijk archeologisch depot overgedragen. De stukjes brons blijken aan elkaar te passen en vormen samen een 115 mm hoge Romaanse kandelaar. Op de kandelaar, die geen lekschaal heeft, passen drie kaarsen: één dikke in het midden en twee dunne in de openingen aan weerszijden van de houder. De kandelaar is afgelopen voorjaar deskundig gerestaureerd door Huub de Jong, een van de trouwe vrijwilligers van het Archeologisch Centrum Eindhoven. Deze kandelaar dateert uit de dertiende eeuw en is daarmee het oudste lichtje van Eindhoven.
Telefoon: