Publicatiedatum: 07-07-2010
Het middeleeuwse Eindhoven was met maximaal 1000 inwoners een kleine stad. De stad had een gracht, een aarden wal en bakstenen stadspoorten. Deze verdedigingslinie was nodig, maar voldeed zelden. Eindhoven werd herhaaldelijk belegerd en geplunderd, aanvankelijk door onze aartsvijanden uit Gelre (gedeeltelijk het huidige Limburg) en later door zowel Spaanse en Staatse legers.
Tijdens opgravingen in de stadskern zijn overblijfselen gevonden van deze vijandelijkheden: pijlpunten van kruisbogen, onderdelen van vuurwapens, een pistool, allerlei kogels van pistool, musket, haakbus, roer en kanon, enkele zwaarden en zelfs een hellebaard.
Er bestaan uiteraard nauwelijks overblijfselen van plunderingen, want de kostbaarheden die werden gestolen zijn naar elders vervoerd. In 2007 is op de plaats van de fietsenstalling onder het huidige 18 Septemberplein, een opzienbarende opgraving uitgevoerd. Dagelijks gadegeslagen door duizenden passanten werden daar fundamenten van de Woenselse Stadspoort bloot gelegd, alsmede allerlei brugpalen, delen van de stadsgracht en de oerbedding van het riviertje de Gender. Eén van de tienduizenden vondsten uit deze opgraving is een bronzen voorwerpje in de vorm van een hoofd met twee hoorntjes. Dit duivelskopje was onderdeel van de voet van een kruis, die op drie op vier pootjes stond, elk pootje liep uit in een duivelskopje. Dergelijke kruisvoeten dateren uit de twaalfde eeuw en zijn gemaakt in Neurenberg, een middeleeuws productiecentrum voor bronzen en koperen voorwerpen. Is er een oud kruis uit de kerk gestolen, maar brak een stukje van de voet door lomp geweld en belandde in de stadsgracht?
Telefoon: