Publicatiedatum: 15-11-2011
In december 1990 werd de vulling van de waterput van het voormalige Kasteel van Eindhoven (hoek Vestdijk en Ten Hagestraat) gezeefd. Onder de vondsten bevonden zich fragmenten van een fluit van taxushout, daterend uit de jaren circa 1600-1650. Na te zijn geconserveerd in een droogvriezer zijn de stukjes aan elkaar gepast. Het leek te gaan om een blokfluit. De fluit was in 1999 deel van een tentoonstelling over oude muziekinstrumenten, die in verschillende Europese musea te zien was. Tijdens deze tentoonstelling werd gesuggereerd dat het de speelpijp van een doedelzak kon zijn.
In 2003 kreeg de stadsarcheoloog bezoek van een specialiste in oude muziekinstrumenten uit Utrecht en een doedelzakbouwer uit Friesland. Zij waren speciaal gekomen om deze fluit nader te onderzoeken. Al snel bleek dat het niet kon gaan om een blokfluit, evenmin om een onderdeel van een doedelzak. Het kon niets anders dan het overblijfsel van een schalmei zijn. Voor zover bekend is de schalmei uit de waterput het oudste exemplaar dat de tijd heeft overleefd. Na veel onderzoek en overleg met andere deskundigen is het uiteindelijk gelukt een betrouwbare en bespeelbare reconstructie te maken. Deze ligt samen met het origineel opgeslagen in het archeologisch magazijn van Eindhoven.
Oorspronkelijk komt de schalmei uit het Midden-Oosten waar het vooral gebruikt werd in militaire orkesten. Het instrument geeft een luid en scherp geluid dat op grote afstand nog hoorbaar is. In de loop van de zeventiende eeuw ontstond vanuit de schalmei de hobo.
Boven: de reconstructie van de schalmei
Onder: restant van de schalmei uit de waterput van het Kasteel van Eindhoven
Telefoon: