Publicatiedatum: 22-11-2011
Vergeleken met tegenwoordig was de schoenmode vroeger saai. Per type schoen leek alles op elkaar. In de beginjaren van het bestaan van Eindhoven waren er trippen, klompen, muilen, korte laarsjes en gewone schoenen.
Slechts enkele schoenen waren eenvoudig versierd; de meeste waren van glad leer. Het meeste schoeisel had dunne zolen. Pas een paar eeuwen geleden kreeg het schoeisel dikkere zolen. De dikte van zolen heeft alles te maken met het bestaan van verharde wegen. In de tijd dat bijna alle wegen nog van zand waren voldeden dunne zolen. Zolen bestonden toen nog meestal uit een stevig stuk leer met daarop genaaid de rest van de schoen. Klompen, trippen en muilen waren voorzien van houten zolen, die meer warmte gaven dan zolen van leer.
Het sluiten van gewone schoenen en laarsjes gebeurde met leren riempjes, metalen gespen of leren knopen. Doordat stiksel gemakkelijk in de bodem vergaat vinden archeologen meestal alleen onderdelen van schoenen. De enige plaatsen waar ze gevonden worden is onder de grondwaterspiegel. Op de bodems van de gedempte kasteel- en stadsgrachten in het huidige centrum zijn duizenden stukken leer gevonden. Van de leervondsten zijn zolen meestal het gemakkelijkst herkenbaar. Opvallend is de gemiddeld kleine schoenmaat van voorbije eeuwen. In Eindhoven bedraagt deze tot omstreeks 1600 slechts 38 terwijl de grootste zolen van schoenen zijn met maat 42.
We hebben ook kleine en zeer kleine zolen van kinderschoeisel in de verzameling. De allerkleinste zolen waren voor voetjes kleiner dan die van de meeste pasgeborenen van nu. Mensen leefden toen dus op veel kleinere voet dan nu.
Rechter muil uit omstreeks 1550 uit de Dommeltuin
Telefoon: