Publicatiedatum: 20-11-2011
Archeologen hebben de afgelopen kwart eeuw in Eindhoven veel opgravingen gedaan. Daarbij is allerlei afval gevonden uit een hele boel millennia van onze bewoningsgeschiedenis. Op grond van al dat afval kunnen we een reconstructie maken van gedeelten van onze voorgeschiedenis. Het is een uitdaging wanneer we die reconstructie kunnen ijken aan de hand van de overblijfselen van de mensen zelf.
Ook dode mensen kunnen praten, maar zonder woorden. Dat kan aan de hand van hun skeletresten, maar ook via de voorwerpen die ze met hun lichaam hebben meegekregen. Die voorwerpen dienden met name voor geluk en voorspoed in het hiernamaals. Het meegeven van voorwerpen in het graf kent een lange traditie. Met de komst van het christendom omstreeks het jaar 750 van onze jaartelling verdween dat gebruik. Vooral vanaf ongeveer 1850 komt de traditie weer terug. Het zijn dan bijna altijd gebedssnoeren met een metalen kruisje en kleine medailles, die vaak afkomstig zijn van een bedevaartsplaats. Ze vertellen ons over de reisjes die men ruim een eeuw geleden ondernam, zoals naar Uden, Kevelaer, Scherpenheuvel en ’s-Hertogenbosch.
Op de voormalige kerkhoven van Woensel en Stratum zijn er honderden van gevonden. Ook op het verdwenen kerkhof van Aalst, juist onder Eindhoven, is een fraaie verzameling opgegraven. Ze wachten nog op de tijd dat er een archeoloog met een volksculturele pet op al deze vondsten gaat bekijken, om te onderzoeken wat voor verhalen er achter schuil gaan.
Grafgiften uit omstreeks 1850-1900 uit het voormalige kerkhof van Woensel.
Telefoon: