Publicatiedatum: 20-11-2011
In de bodem van het huidige centrum van Eindhoven is tijdens opgravingen een klein arsenaal van allerlei ijzeren slag- en steekwapens gevonden. De langste daarvan zijn houwzwaarden. Hiermee werd niet gestoken, maar geslagen. Andere lange wapens zijn degens, steekzwaarden, dolken en allerlei stokwapens, zoals een hellebaard en verschillende piek- en spiespunten. Het zijn overblijfselen van bloederige gevechten die waarschijnlijk alle uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) dateren. Tijdens die oorlog werd Eindhoven herhaaldelijk ingenomen en geplunderd, afwisselend door Spaanse en Staatse (Hollandse) troepen. Naast Spanjaarden vochten er ook andere vreemdelingen mee, zoals Franse, Waalse, Albaneese en Duitse huurlingen.
De meeste gevechten vonden rond het Kasteel van Eindhoven plaats. Dit kasteel stond tussen de huidige Heuvel Galerie, de Vestdijk en de Ten Hagestraat. Op de funderingen van dit kasteel is in 1830 een villa gebouwd, het huidige ‘Ravensdonck.’ In 1581 is de strijd zo erg dat er maar liefst 600 doden vallen.
Een van de gemeenste wapens die werd gevonden is een zogenaamde linkerhanddolk. Zo’n dolk werd in de linker hand gehouden terwijl met de rechter hand met een zwaard gevochten werd. Wanneer de tegenstander even niet oplette kreeg hij geen slag of stoot van het zwaard, maar een steek met de dolk. De ruim 40 cm lange dolk had een met gevlochten koperdraad omwonden houten greep die bij het vinden hoekig gebogen was. Kennelijk is er een stevige klap op gegeven, misschien wel dwars door de hand van degene die met deze dolk voor het laatst heeft gevochten.
Linkerhanddolk uit de gracht van het Kasteel van Eindhoven.
Telefoon: