Publicatiedatum: 15-11-2011
In Eindhoven bestaan de meeste archeologische vondsten uit scherven van aardewerk. Uitgezonderd sommige prehistorische baksels, is het meeste aardewerk degelijk gebakken, waardoor het eigenlijk nooit zal vergaan in de bodem. Potscherven zijn interessant voor archeologen, want ze kunnen er eenvoudig mee dateren. In Eindhoven zijn de afgelopen zeven millennia honderden soorten aardewerk in omloop geweest, die elk verschillen van baksel, vorm, versiering en afwerking. Archeologen kunnen meestal aan één scherf zien hoe oud die ongeveer is.
Potscherven kunnen ook vertellen over de mensen die het aardewerk hebben gebruikt. Er zijn bijvoorbeeld soorten die alleen door rijke mensen werden gebruikt.
Eén van zulke voorwerpen is een merkwaardige hoekige bak met in de rand enkele inkepingen. Deze is gevonden tijdens opgravingen op het terrein van het kasteel Gagelbosch in Gestel. De bak is gemaakt van roodbakkend aardewerk dat aan de binnenzijde is bedekt met loodglazuur. Het is een combinatie van spitoplegger en vetvanger, speciaal bedoeld voor het braden van kleine vogels. In de inkepingen in de rand werd een spies gelegd die door het gevilde vogeltje was gestoken. De bak werd met de schuine kant dicht bij een haardvuur geplaatst. Door de hitte werd het vogeltje gaar gebraden. Het vet uit het vlees drupte in de bak en werd gebruikt om weer over het vlees te gieten, zodat het mals bleef.
Dit braadspitje is een weinig voorkomende vondst. De enige andere plaats waar deze zijn gevonden is de stadskern van ’s-Hertogenbosch. Wat voor soort vogeltje zou hierin zijn gebraden?
Braadspit voor vogeltjes uit het kasteel Gagelbosch, waarschijnlijk uit omstreeks 1525.
Telefoon: