Publicatiedatum: 22-09-2010
Sommige mensen denken nog steeds dat archeologen opgravingen doen om leuke voorwerpen te vinden. Dat was een eeuw geleden wel zo, maar we zoeken tegenwoordig vooral naar gegevens waarmee je het leven van vroegere mensen kunt reconstrueren. Het gaat dus niet om een voorwerp, maar om de mens die dat voorwerp heeft gebruikt. De meeste vondsten bestaan uit de rommel die mensen vroeger hebben weggegooid. Archeologen weten heel goed dat wat we vinden, lang niet alles is wat vroeger is weggeworpen. In onze zure zandgronden vergaat het meeste organische materiaal, zoals oude schoenen, afgedankte houten voorwerpen en menselijk skeletmateriaal. Soms is het toevallig bewaard gebleven. Dat kan meestal alleen onder de grondwaterspiegel.
In september 2008 werd in Eindhoven tussen de Kosmoslaan en de Dommel een opgraving uitgevoerd. De reden van deze opgraving was de aanleg van een bezinkbak voor het riool. De belangrijkste ontdekking was dikke veenlaag met daarin allerlei microscopisch kleine pollen van planten. Deze pollen leveren een beeld op van de ontwikkeling van de plantenwereld gedurende de afgelopen twaalfduizend jaar. In het natte veen werden ook enkele stenen voorwerpjes uit de steentijd en kaken van een wild zwijn gevonden. Nader onderzoek leverde een ouderdom op van zo’n 10.700 jaar geleden. Onze collega Theo de Jong, landelijk beroemd wegens zijn enorme kennis van dierenbotten, heeft de botten gedetermineerd en geconserveerd. Het wilde varken vormde vele duizenden jaren lang een voedselbron voor de jagers en verzamelaars van de steentijd, ook in Eindhoven dus.
Telefoon: