Als de bodem is verontreinigd wordt gesproken van een geval van bodemverontreiniging. Wanneer het vermoeden bestaat dat sprake is van een zogenaamde ‘ernstige’ bodemverontreiniging moet dit worden gemeld aan de gemeente Eindhoven of de provincie Noord-Brabant. De gemeente (of provincie) legt dan in een beschikking vast of er inderdaad sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en bepaalt daarbij ook of de bodemverontreiniging zodanige risico’s oplevert dat sanering ervan spoedeisend is.
Verder kan het zijn dat de bodemsanering niet spoedeisend is maar dat de bodemverontreiniging de locatie ongeschikt maakt voor een nieuwe vorm van gebruik waarvoor hogere kwaliteitseisen gelden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer op voormalige industriegrond woningen worden gebouwd. Ook in dat geval zal de bodem moeten worden gesaneerd.
Van bodemsanering is al sprake indien verontreinigde grond of grondwater wordt verplaatst bijvoorbeeld bij grondwerkzaamheden.
Voor een bodemsanering is goedkeuring van de gemeente nodig. Dit gaat volgens een wettelijke procedure. De bodemsanering wordt in een saneringsplan beschreven. Dit plan komt ter inzage te liggen. Na goedkeuring kan de sanering starten.
Nadat een bodemsanering is uitgevoerd, moet een saneringsverslag ter goedkeuring bij de gemeente ingediend worden. Indien na sanering een restverontreiniging in de bodem achterblijft, moet gelijktijdig met het saneringsverslag een nazorgplan ingediend worden. Het nazorgplan beschrijft de noodzakelijke nazorg en gebruiksbeperkingen. De goedkeuring gaat volgens een wettelijke procedure.
De volgende formulieren zijn te downloaden via de site van VROM.nl
Binnen maximaal 15 weken is uw melding afgehandeld.