Publicatiedatum: 09-05-2008
Eindhoven kreeg in 1232 stadsrechten. De kleine agrarische nederzetting aan Dommel en Gender kreeg deze toegekend door Hertog Hendrik I van Brabant. Waarschijnlijk om zo het handelsverkeer te bevorderen van noord naar zuid (Den Bosch- Luik) en van oost naar west (Antwerpen –Duitsland).
De toekenning van de stadsrechten had vier voordelen:
- De rechtspraak kwam in handen van schout en schepenen, (de voorgangers van het college van Burgemeester en Wethouders) te liggen. Beroep was in bepaalde gevallen mogelijk bij het hof van Brabant.
- Aan Eindhoven werd het marktrecht verleend. Dat betekende dat voortaan een weekmarkt gehouden mocht worden; Dit was van groot belang voor de instandhouding en bevordering van de handel én vergroting van het afzetgebied. De vrije weekmarkt was alleen voorbehouden aan de stad; bewoners uit de omtrek waren verplicht met hun handelswaar naar Eindhoven te komen en daar op de markt te verkopen.
- Aan de burgers van de stad Eindhoven werd tolvrijheid verleend. Dit was van groot belang voor het stimuleren van het handelsverkeer. Het betekende namelijk dat Eindhovense handelaren, oostwaarts tot aan de Maas en westwaarts tot Antwerpen, bij het vervoer van hun handelswaar geen tolgeld hoefden te betalen.
- Ook kregen burgers het recht om voor een eigen plaatselijke rechter te verschijnen.
In 1982 is het 750-jarig bestaan van de stad Eindhoven uitbundig gevierd.