Publicatiedatum: 09-05-2008
“Eindhoven, een kleine maar bevallige stad, aan de rivieren de Dommel en de Gender, […] ligt 6 uren van ’s Hertogenbosch, 10 uren van Breda, […] en 14 uren van Maastricht”.
“Strijp, [….] Als eene bijzonderheid van deze plaats kan men aanmerken dat [….] gene grote wegen of straten in dit dorp gevonden worden”.
Deze beschrijvingen dateren uit het begin van de 19e eeuw, en illustreren dat de verkeersinfrastructuur nog niet veel uitgebreider was dan dat uit het begin van de 13e eeuw. Eindhoven heeft immers zijn bestaan mede te danken aan een belangrijk knooppunt van handelswegen; Antwerpen-Turnhout-Eindhoven-Keulen en Den Bosch – Eindhoven – Luik.
Uit: Servaas van de Graaf, Historische beschrijving van het departement Braband (Amsterdam, 1807)
In de 19e eeuw kwam hier snel verandering in:
- De aanleg van het Eindhovens kanaal geschiedde tussen 1843 en 1846. Doel was een verbinding tot stand brengen met de Zuid-Willemsvaart. De snel groeiende Eindhovense industrie kon hier alleen maar van profiteren.
- In 1866 kreeg Eindhoven een spoorwegverbinding met Boxtel, Venlo en Hasselt. Vanaf 1870 was Utrecht en vanaf 1877 was Rotterdam vanuit Eindhoven met de trein te bereiken. In 1913 kwam er een spoorlijn via Weert naar de Limburgse kolenmijnen.
- In 1932 vond de opening plaats van het Luchtvaartterrein Eindhoven, in de volksmond toen al beter bekend onder de naam Welschap. Door de gemeente aangelegd als werkverschaffingsproject en in 1940 tot 1943 door de Duitsers in bezit genomen.
- Vanaf 1922 gingen enkele particuliere busondernemingen van start. In 1930 was de verkeersdrukte zo toegenomen, dat plaatsing van de eerste verkeerslichten in Eindhoven noodzakelijk werd geacht.
- In de jaren ’50 beleefde de personenauto een sterke opmars. Dit leidde tot een explosieve toename van de verkeersdrukte. De aanleg van de rondweg, waarvoor in 1940 het groene licht werd gegeven, heeft dit maar ten dele kunnen verhelpen omdat het autoverkeer alleen maar verder toenam.