Publicatiedatum: 23-11-2011
Meer vrijheid, zelfstandigheid én verantwoordelijkheid voor bewoners
Bewonersorganisaties doen belangrijk werk, vooral in de wijken waar hard gewerkt moet worden om de leefbaarheid goed te houden. De gemeente streeft er naar dat bewoners daarin zelf een belangrijke rol vervullen en kiest er daarom voor om bewonersorganisaties op basis van goed vertrouwen meer eigen verantwoordelijkheid en meer zeggenschap te geven. Vanuit die invalshoek is de subsidieregeling voor bewonersorganisaties aangepast vanaf 1 januari 2012. Een belangrijk uitgangspunt van deze regeling is dat de gemeente het voor de bewoners zo gemakkelijk mogelijk wil maken.
Hoofdlijnen van de nieuwe subsidieregeling
Bewonersorganisaties krijgen voorafgaand aan het jaar subsidie. Hiervoor is een overzicht nodig van de activiteiten die de bewonersorganisatie in dat jaar gaat uitvoeren. Deze activiteiten zijn gericht op het behoud en de verbetering van de leefbaarheid en worden opgenomen in het buurtcontract. De wijkcoördinator kan eventueel ondersteuning bieden bij het maken van het overzicht.
De gemeente kan subsidie verlenen voor de volgende kosten:
Huisvestings- en organisatiekosten
Voor de onderdelen “huisvesting” en “organisatie” is het voldoende om de diverse kostensoorten aan te geven (huur, energie, verzekering, drukwerk, telefoon, bestuur, etc.). Het is echter mogelijk dat de subsidie voor huisvesting ad € 10.000,- niet toereikend is. Bijvoorbeeld omdat de bewonersorganisatie te maken heeft met een hoge huur of hoge energiekosten. Een bewonersorganisatie zal dan eerst op zoek moeten gaan naar andere bronnen voor financiële ondersteuning en/of goedkopere huisvesting. Als dat niet lukt, kan het college besluiten om een hoger subsidiebedrag voor huisvesting te verlenen. Daarvoor dient de bewonersorganisatie dan wel een gespecificeerde raming per kostensoort (kosten energie, huurkosten, etc.) in te dienen. Aan de andere kant kan het college in bepaalde situaties ook besluiten om een lager bedrag te subsidiëren.
Activiteiten en waardebonnen
De activiteiten komen in het buurtcontract te staan, met een vermelding van de naam van de activiteit, wat er gaat gebeuren en wat wordt beoogd met de activiteit. Het is niet nodig om een kostenraming te geven. Wel is het handig om een deel van de subsidie te reserveren voor onvoorziene omstandigheden (flexibel budget). Immers, op grond van deze verordening is er geen mogelijkheid meer om voor incidentele activiteiten subsidies aan te vragen.
Van het subsidiebedrag voor de activiteiten moet 50% besteed worden aan waardebonnen voor bewonersinitiatieven uit de buurt (het bestuurlijk aangewezen gebied). Bewoners kunnen initiatieven voor activiteiten indienen bij regiegroepen die verantwoordelijk zijn voor de verstrekking van de waardebonnen. Een regiegroep bestaat uit minimaal 3 en maximaal 7 bewoners uit het gebied en kent de waardebonnen toe namens het college.
De waardebonnen die de regiegroep toekent, worden uitbetaald aan de bewonersorganisatie, die deze uitbetalingen verrekent met de initiatiefnemers en verantwoordt in haar administratie. De regiegroep houdt zicht op de uitvoering van de bewonersinitiatieven. Op grond van de Wet algemeen bestuursrecht kan er bezwaar worden ingediend tegen de beslissingen van de regiegroep.
Meerdere bewonersorganisaties
Wanneer binnen een bestuurlijk aangewezen gebied meerdere bewonersorganisaties actief zijn, dan zullen zij eerst moeten proberen om zodanig samen te werken, dat er één subsidieontvanger is. De gemeente kan in dit proces een bemiddelende rol spelen. Mocht dat niet lukken, dan wordt het bedrag voor organisatiekosten (€ 10.000,-) en/of voor activiteiten verdeeld op basis van het inwoneraantal. Het inwoneraantal wordt afgeleid van het aantal inwoners dat een bewonersorganisatie daadwerkelijk vertegenwoordigt.
Door het subsidiebedrag te koppelen aan het aantal inwoners, is er een objectieve norm waardoor de middelen zo rechtvaardig mogelijk over de gebieden worden verdeeld. Desondanks doen bewonersorganisaties er goed aan om binnen het gebied de samenwerking te zoeken, zodat ze zo efficiënt mogelijk omgaan met de subsidie.
Om inzicht te krijgen in het aantal bewoners dat door een bewonersorganisatie wordt vertegenwoordigd, kan het college een bewonersorganisatie verzoeken om een wijkraadpleging te houden. Dit is met name van belang wanneer meerdere organisaties aanspraak willen maken op subsidie.
Als er meerdere infowinkels/steunpunten in een actiegebied zijn, is voor elke vestiging wel € 10.000,- beschikbaar voor de huisvestingskosten.
Besteding van de subsidie
De subsidieontvanger kan gedurende het jaar het totale subsidiebedrag zelf verdelen over de verschillende onderdelen (infowinkel/steunpunt, organisatie en activiteiten). Uitzondering daarop is de subsidie voor waardebonnen. Vallen de organisatiekosten bijvoorbeeld lager uit dan € 10.000,-, dan kan het resterende bedrag gebruikt worden voor activiteiten. Een bewonersorganisatie mag jaarlijks maximaal € 5.000,- over houden en meenemen naar het daarop volgende jaar. Blijft er meer over, dan moet dit uiterlijk 1 april na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, worden teruggestort op de rekening van de gemeente.
De subsidie voor de waardebonnen blijft beschikbaar voor bewonersinitiatieven. Het deel dat niet is besteed, wordt jaarlijks teruggestort in de gemeentekas en blijft (conform afspraak met het rijk) beschikbaar voor het komende jaar.
Boekhouding
Meer vrijheid en verantwoordelijkheid bij de bewonersorganisatie, betekent aan de andere kant ook dat de bewonersorganisatie de boekhouding goed moet voeren. De gemeente kan daar elk moment om vragen als daar aanleiding voor is. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als uitvloeisel van een steekproef of als er vermoedens bestaan van fraude. Daar staat tegenover dat de bewonersorganisatie achteraf geen financiële verantwoording hoeft in te dienen. Wel moet de bewonersorganisatie de gemeente informeren wanneer er bijvoorbeeld veranderingen zijn in de financiële of organisatorische situatie. Tegen het einde van het jaar komt een zogenaamde visitatiecommissie voorbij die de inhoudelijke resultaten met het bestuur bespreekt. De bewonersorganisatie moet de visitatiecommissie informeren waarom bijvoorbeeld een deel van het budget voor organisatiekosten wordt ingezet voor activiteiten en wat daarmee bereikt is..
Bij het voeren van een deugdelijke boekhouding kan een bewonersorganisatie hulp inroepen van het Vrijwilligerssteunpunt Eindhoven of van Supportpunt Eindhoven. De bewonersorganisatie blijft echter altijd zelf verantwoordelijk voor de boekhouding. De gemeente kan, noch bij het vrijwilligerssteunpunt, noch bij Supportpunt de boekhouding of andere informatie daarover opvragen.
Geschillencommissie
In een subsidieverordening kan niet alles tot in detail geregeld worden en verschillende belangen kunnen tot conflicten leiden. Bijvoorbeeld als er meerdere bewonersorganisaties actief zijn, die samen niet tot overeenstemming komen. Om dit soort situaties op te lossen, wordt er een geschillencommissie in het leven geroepen. Het besluit van de geschillencommissie is bindend voor de betrokken partijen.
Zie ook: raadsvoorstel Verordening subsidiëring gebiedsgericht werken in bestuurlijk aangewezen gebieden.
Telefoon: