Publicatiedatum: 09-05-2008
Opvallend is dat de ontwikkeling van Eindhoven voor een grotendeels te danken is aan niet-Eindhovenaren:
De sigarenfabrikanten Mignot & De Block en van Abbe, textielfabrikant Elias en de gebroeders Philips zijn slechts enkele voorbeelden van personen die het voordeel zagen van goedkope arbeiders, die weinig eisen stelden omdat ze zo weinig [luxe/rijkdom] gewend waren.
Echter, de voorraad goedkope arbeidskrachten was niet onuitputtelijk en noopte de werkgevers om arbeidskrachten van buiten de regio aan te trekken.
In de jaren [19]20 haalt Philips daarom massaal Drentse gezinnen uit de veenkoloniën naar Eindhoven. Aan zo’n gezin werd een, op het eerste oog, nogal merkwaardige eis gesteld. Het betreffende gezin moest namelijk drie dochters van boven de veertien tellen. Deze jonge vrouwen gingen aan het werk in de radio-industrie. De Drentse gezinnen werden voor een groot deel ondergebracht in het ‘Drents Dorp’in Strijp nabij de Philipsfabrieken.
In de jaren [19]60 en ’70 kampt de regio Eindhoven opnieuw met een groot tekort aan goedkope arbeidskrachten. Opnieuw moet vers bloed de almaar groeiende industrie redden. Ditmaal wordt er over de grens geworven. Spanjaarden, Italianen en Turken werden hier naartoe gelokt om op basis van tijdelijke contracten en verblijf snel en, gemeten naar de situatie in hun vaderland, veel te verdienen. Hoe anders het lopen kan blijkt wel uit de bevolkingsstatistieken van vandaag. Veel gastarbeiders keerden niet terug maar lieten hun gezin overkomen en vestigden zich voorgoed in Eindhoven. De Turkse gemeenschap vormt nu veruit de grootste allochtone groep in Eindhoven.
Telefoon: