Publicatiedatum: 16-12-2011
In september en oktober 2009 heeft in Blixembosch-noordoost een verkennend archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Doel van dit onderzoek was om te bepalen in hoeverre zich hier nog archeologisch belangrijke zaken in de bodem zouden bevinden. Er zijn in totaal 12 proefsleuven gegraven. Op twee plaatsen zijn daarbij sporen uit het verleden gevonden. De oudste overblijfselen dateren waarschijnlijk uit de tijd rond het begin van onze jaartelling. Het betreft vermoedelijk een groot rechthoekig terrein dat omgeven is door een greppel. Het is nog niet bekend wat er zich binnen de greppel bevindt. Mogelijk gaat het om het erf van een huis, maar zeker is dat niet. In een ander deel van Blixembosch-noordoost is een aantal kuilen gevonden die verband houden met de winning van leem, mogelijk voor de productie van bakstenen. Ze zijn vermoedelijk enkele eeuwen oud. Over dergelijke kuilen zijn van het platteland nauwelijks gegevens voorhanden.
Omdat in Blixembosch-noordoost de komende jaren gebouwd gaat worden, heeft de gemeente Eindhoven besloten de archeologisch belangrijke delen van het terrein volledig op te graven. Het grootschalig onderzoek is op 19 april 2010 gestart en zal enkele maanden gaan duren.
De eerste zes weken opgraven in Blixembosch hebben mooie resultaten opgeleverd. Alle tot dusver gevonden overblijfselen betreffen een nederzetting van ongeveer 2000 jaar geleden. Het zijn vrijwel uitsluitend sporen van houten gebouwen, waaronder enkele relatief grote woon-stalhuizen en enkele bijgebouwtjes. Een vreemde vondst bestaat uit de paalafdrukken van wat een hooimijt moet zijn geweest. Hooimijten kennen we in Nederland uitsluitend vanaf het begin van de middeleeuwen.
Het aantal vondsten van deze opgraving is overzichtelijk, er zijn pas ruim honderd potscherven gevonden. Ze zijn bijna alle van handgevormd prehistorisch aardewerk, ook zijn er enkele scherfjes van Romeins import-aardewerk gevonden.
Alle gegevens worden op plattegronden ingetekend. Aan het onderzoek werken behalve vrijwilligers ook enkele archeologie-studenten mee van de Universiteit van Leiden.
Archeologie blijft een vak vol met verrassingen. Dat blijkt nu ook weer op de opgraving Blixembosch-noordoost. We zijn bezig een nederzetting op te graven die dateert van rond het begin van de jaartelling. Na enkele weken wordt een nieuw gedeelte van het opgravingsterrein open gegraven, en wat blijkt: er ligt een ook nog een volledig ander soort vindplaats op het terrein, namelijk een mooi geconserveerde plattegrond van een groot bootvormig houten huis daterend uit circa het jaar 1200. Een tijdens het begin van de opgraving gevonden plattegrond van een hooimijt moet haast wel tot het erf behoren van dat huis. Ook de greppels die vorig najaar zijn gevonden tijdens de proefopgraving, blijken bij het erf van dit huis te horen en dus niet uit het eind van de prehistorie te dateren.Op 29 juni blijkt dat het terrein nog een tweede verrassing heeft verborgen. Van een grote ronde verkleuring, met aan de rand enkele brokken leem, werd vermoed dat het een overblijfsel was van een diepe kuil voor het winnen van leem. Nu blijkt dat dit een waterput is, op een meter of vier diepte gefundeerd op een kompleet houten karrenwiel en verder opgebouwd uit plaggen. Dank zij de metaaldetector en met de blote ogen worden een reeks voorwerpen gevonden waarmee de waterput kan worden gedateerd: omstreeks het jaar 1600. De put hoort bij een huisplaats, maar daar is nog niets van gevonden. Onder grote belangstelling van kinderen van de nabij gelegen basisschool De Vuurvlinder werd de put op 29 juni opgegraven.
Telefoon: